Linnaeusstraat — Een pedante vernieuwer van de plantkunde

Hij is net 28 jaar oud als hij uit zijn geboorteland Zweden in de Republiek der Verenigde Nederlanden arriveert; vlak voor zijn 31ste verjaardag is hij al weer vertrokken. In die drie jaren heeft hij zijn naam als plantkundige internationaal stevig gevestigd. Daar is zeker wat hulp van Nederlandse plantkundigen bij komen kijken, maar hij heeft het vooral op eigen kracht gedaan en op zijn eigen wijze: bij het arrogante af. Carl Linnaeus was erg overtuigd van zijn eigen kunnen en sociaal was hij niet altijd even handig. Het zou hem zeer behaagd hebben dat zo’n belangrijke verkeersader in Amsterdam Oost naar hem vernoemd is en dat Nederlandse wetenschappers het met wat onbelangrijkere zijstraten moeten doen.

Carl Linnaeus
Carl Linnaeus

De Zweed Carl Linnaeus (1707 – 1778) kwam naar de Republiek der Verenigde Nederlanden om te promoveren in de medicijnen. Dat deed hij aan de universiteit in Harderwijk, toentertijd voor veel buitenlandse studenten een populaire plaats om te promoveren. De universiteit was ingesteld op snelle promoties en de kosten voor examens lagen ook nog eens laag. Dat laatste zal voor Linnaeus ook een factor van betekenis zijn geweest, want breed had hij het zeker niet; zijn verblijf in de Republiek kon hij eigenlijk niet bekostigen.

Zijn promotie over de malaria, of zoals het toen heette: meerdaagse koortsen, verliep zeer vlot. Op vrijdag kwam hij per boot aan in Harderwijk en op zaterdag deed hij al met goed gevolg examen. Op zondag werd zijn proefschrift goedgekeurd die hij al kant en klaar in zijn koffer had zitten. Het kostte drie dagen om het proefschrift van 24 pagina’s te laten drukken, zodat Linnaeus op donderdag zijn proefschrift in het openbaar kon verdedigen. Dat ging hem prima af, zodat hij zich voortaan dokter in de medicijnen kon noemen. Linnaeus verbleef geen dag te lang in Harderwijk; op vrijdag vertrok hij weer per boot naar Amsterdam. Een kleine week had de hele promotie in beslag genomen en de meeste tijd was nog gaan zitten in het drukken van het proefschrift zelf.

Wetenschappers, boeken en planten

Naast zijn promotie waren er voor Linnaeus nog drie redenen om neer te strijken in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Allereerst wilde hij contacten leggen met wetenschappers van naam; daarnaast zocht hij uitgevers voor de werken die hij naast zijn proefschrift al in zijn bagage had meegetorst en als laatste wilde hij nieuwe planten leren kennen. Al deze zaken – wetenschappers, boeken en planten – waren in de Republiek zeer ruim voorhanden. De wetenschappers stonden op een internationaal zeer hoog niveau, drukkers en uitgevers waren er genoeg en bijzondere planten waren er zeker, onder andere in de Hortus Botanicus in Amsterdam. (Lees hierover in Naar welke Commelin is de Commelinstraat genoemd.)

De Hortus bezocht Linnaeus al direct de eerste dag na zijn aankomst in Amsterdam.

Johannes Burman
Johannes Burman

Het was hier dat hij voor het eerste in zijn leven tropische planten zag. In de Hortus ontmoette hij de hoogleraar plantkunde en directeur van de Hortus, Johannes Burman. Ze waren leeftijdgenoten met dezelfde interesses. (Lees meer over Burman in Rijk, scherpzinnig en beleefd.) Burman bood Linnaeus kost en inwoning aan als Linnaeus hem zou helpen met de publicatie over de planten op Ceylon waar Burman mee bezig was. Linnaeus ging graag op dit aanbod in; hij had immers onvoldoende geld om in zijn levensonderhoud te voorzien.

De jonge Linnaeus
De jonge Linnaeus

 Uitermate pedant

Linnaeus ontmoette nog meer wetenschappers van faam. De beroemdste was ongetwijfeld Herman Boerhaave, toen al 66 jaar oud, die hij in Leiden bezocht. Deze ontmoeting kwam aanvankelijk niet makkelijk tot stand. Linnaeus had in een interview met een Hamburgse krant gezegd – toen hij op weg was naar Harderwijk - dat hij correspondeerde met Boerhaave. Dat was niet het geval, wist Boerhaave als geen ander; hij vond deze leugen van Linnaeus niet bepaald netjes. Omdat Linnaeus ook nog eens zonder aanbevelingsbrieven van collega-

wetenschappers op de eerste afspraak kwam, weigerde Boerhaave hem te ontmoeten. Toen het toch van een ontmoeting kwam, was de beroemde Leidenaar niet erg gecharmeerd van Linnaeus. Boerhaave vond hem uitermate pedant. Uiteindelijk kwam het toch nog goed. De ideeën van Linnaeus over de indeling en naamgeving van planten vond Boerhaave zeer beloftevol. Hij ondersteunde Linnaeus in zijn verdere zoektocht naar indeling van de planten. Boerhaave gaf Linnaeus zelfs toegang tot zijn exotische tuin Oud-Poelgeest. Ook hier nam Linnaeus kennis van planten die hij nog nooit eerder gezien had. (lees meer over Herman Boerhaave in Beroemd in de hele wereld.)

Meeldraden

De indeling van planten die Linnaeus voor ogen stond, ging niet uit van de uitvoerige beschrijving van een plant die tot dan toe gangbaar was. Zonder naar het uiterlijk van de plant te kijken, deelde Linnaeus ze in op grond van de voortplantingsorganen: het aantal meeldraden bepaalde tot welke groep een plant behoorde. Dat was een stuk eenvoudiger en overzichtelijker dan zoals het tot dan toe ging: de uiterlijke beschrijving van achtereenvolgens wortel, stengel, bladeren, bloeiwijze, bloem en vrucht. Er waren daardoor zoveel kenmerken van een plant dat een logische indeling van planten niet meer haalbaar was; er waren te veel overlappingen.

Overzicht van meeldraden van Linnaeus
Overzicht van meeldraden van Linnaeus

De naamgeving die Linnaeus voorstond, baseerde hij op een al even eenvoudig principe. Meer dan twee namen hoefde een plant niet te hebben, vond Linnaeus. De eerste naam verwees naar de groep en de tweede benaming duidde de individuele naam van de plant aan. Plantennamen werden daardoor veel korter. Tot dan toe was de naam van een plant vooral een beschrijving, zodat een naam makkelijk uit zes, acht of wel tien woorden kon bestaan.

Zonder tegenspraak bleef de indeling van Linnaeus niet; ook de naamgeving kon niet bij iedere plantkundige op bijval rekenen. In Engeland waren critici en sceptici die vonden dat Linnaeus de plantkunde volledig en onnodig op zijn kop zette. De indeling naar het aantal meeldraden werd als onwijs afgewezen. Ook een flink aantal wetenschappers in Frankrijk stond kritisch tegenover de ideeën van Linnaeus.

Methodus sexualis

Systema naturae van Linnaeus
Systema naturae van Linnaeus

De tweede reden voor Linnaeus om naar de Republiek te komen, verliep zeer voorspoedig: in korte tijd werden veel publicaties van Linnaeus gedrukt. Veel manuscripten had hij in Zweden al geschreven, zodat het er nu op aankwam een uitgever te vinden. Daarbij kwam hulp van Nederlandse plantkundigen zeer goed van pas. Het was vooral de Leidse plantkundige Johan FrederikGronovius die hem daarin bijstond. Gronovius beschikte over planten uit Noord Amerika, waarover hij publiceerde in zijn Flora Virginica. Voor Linnaeus was dit weer een bron voor zijn studie naar de indeling van planten. Zijn ideeën over de systematische indeling van planten kreeg Linnaeus met financiële hulp van

Gronovius, nog in 1735 gepubliceerd: de Systema naturae. In 1736 zag zijn Fundamenta botanica het licht en in 1737 kwamen twee boeken uit waarin Linnaeus de methode van indeling op basis van meeldraden uit de doeken deed: Methodus sexualis en Genera plantarum. In sneltreinvaart werd met deze vier publicaties de naam van Linnaeus internationaal bekend.

Bij veel van deze werken trad Gronovius op als raadgever en redacteur – het Latijn van Linnaeus behoefde hier en daar wel wat verbeteringen. Gronovius raadde Linnaeus ook af niet al te betweterig te doen als hij fouten in het werk van anderen beschreef. Gronovius doordrong Linnaeus ook van het belang aan wie het eerste exemplaar van een publicatie werd aangeboden. Het lag voor de hand dat dit Boerhaave moest zijn. Om een Engelse criticus van zijn systeem voor hem te winnen, schroomde Linnaeus niet een publicatie aan deze persoon op te dragen. Hij deed dat echter zonder vooraf om toestemming te vragen. De Engelsman was not amused en niet gediend van deze doorzichtige vleierij. Door zijn onhandige optreden was Linnaeus zijn doel voorbij geschoten.

Afgeslagen

Tot tweemaal toe kreeg Linnaeus van Boerhaave het aanbod voor een verre buitenlandse reis, die hem de mogelijkheid zou geven bijzondere planten te bestuderen. Het aanbod om mee te varen op een schip naar Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika sloeg Linnaeus af omdat hij het in dat land te heet zou vinden. Ook het aanbod om arts te worden in de kolonie Suriname sloeg hij af. Boerhaave had hem voorgehouden dat de vorige arts er goed had verdiend en de planten in Suriname waren natuurlijk ook aanlokkelijk voor een plantkundige. Het afslaan van dit aanbod was een goede keuze van Linnaeus. Op verzoek van Boerhaave stelde hij namelijk wel een andere kandidaat voor, die wel ging. Binnen een half jaar stierf hij – zoals zo velen - aan een van de talrijke ziekten waartegen Europeanen niet opgewassen waren.

Rijke bankier

De Amsterdamse bankier George Clifford
De Amsterdamse bankier George Clifford

De steun die Linnaeus aan Burman had beloofd bij het schrijven van Burman’s boek over de planten op Ceylon, was van korte duur. Dit tot grote verbijstering van Burman. Wat was het geval? Via Burman was Linnaeus in contact gekomen met George Clifford, een rijke Amsterdamse bankier, die ook over een bijzondere exotische tuin beschikte, de Hartekamp bij Heemstede. Clifford was een hypochonder en wilde daarom liefst altijd een arts voorhanden hebben. Linnaeus werd zijn lijfarts en ging op de Hartekamp wonen. Dat wil zeggen: in de zomer; ’s winters verbleef Linnaeus in het huis van Clifford op de Herengracht.

Veel werk als arts had hij niet en daarom kon hij veel tijd besteden aan het bestuderen van de

bijzondere planten in het buiten van Clifford. Ook de uitgebreide bibliotheek liet hij niet ongemoeid. Linnaeus kon gratis wonen, eten en drinken; daarnaast kreeg hij nog het niet onaanzienlijke jaarsalaris van duizend gulden. Voor het eerst was Linnaeus verlost van zijn armoede. En had hij ook nog eens de vrije hand op de Hartekamp. Hij kon naar eigen inzicht planten en boeken kopen op kosten van zijn weldoener.

Bruid 

Toch raakte Linnaeus na verloop van tijd uitgekeken op de Hartekamp; in de herfst van 1737 vertrok hij daar, tot teleurstelling van zijn weldoener Clifford. Hij wilde weer terug naar Zweden, waar zijn bruid op hem wachtte. Linnaeus liet zich echter door vrienden overhalen nog een winter in de Republiek der Verenigde Nederlanden te blijven. Hij bracht de meeste tijd door in Leiden. Als inmiddels gevierd wetenschapper had hij veel ontmoetingen met andere wetenschappers. De voertaal was daarbij altijd Latijn, want het Nederlands is Linnaeus nooit machtig geworden. In mei 1738 keerde Linnaeus definitief terug naar Zweden. In Uppsala werd hij hoogleraar in de medicijnen en de plantkunde. Zijn driejarig verblijf in de Republiek had zijn wetenschappelijke carrière een enorme stimulans gegeven. Als arme student was hij gekomen; hij vertrok als wetenschapper met statuur. Voor zijn verdere ontwikkeling had hij de wetenschappers, uitgevers en planten die de Republiek rijk was, niet meer nodig.

Hans Buis

Het Oeterwalerpad
Het Oeterwalerpad

De Linnaeusstraat heette vroeger de Oetewalerweg. Napoleon kwam in 1811 hier met een groot gevolg de stad Amsterdam binnen; over deze intocht meer in: Oeterwalerstraat -- Napoleon en de limietpalen van Amsterdam. Er is nog steeds een Oetewalerpad en een Oetewalerstraat. Genoemd naar het gehucht Oetewaal of Houtewaal dat zich ongeveer moet hebben bevonden waar nu dierentuin Artis is.

linnaeus boekhandel

In en om de Linnaeusstraat zijn veel zaken getooid met de naam Linnaeus. Zo is er een Linnaeusschool in de 3e Oosterparkstraat. In de Linnaeusstraat zelf is de Linnaeusapotheek gevestigd. Waar de Linnaeusstraat al overgegaan is in de Middenweg is de Linnaeus Boekhandel te vinden. Nog iets verder naar het zuiden is de Linnaeushof, de Linnaeusdwarsstraat en het Linnaeuspad. Evenwijdig aan de Middenweg loopt de Linnaeusparkweg.

Bronnen:

  • Luuc Kooijmans, Het orakel. De man die de geneeskunde opnieuw uitvond. Herman Boerhaave 1669 - 1738. Balans, Amsterdam 2011
  • D.O. Wijnands, E.J.A. Zevenhuizen, J. Heniger, Een sieraad voor de stad. De Amsterdamse hortus Botanicus 1638 - 1993. Amsterdam University Press. Amsterdam 1994
  • Pascal Duris, Linnaeus. De ordening van plant en dier. Natuur & Techniek. Amsterdam 2007