Camperstraat — Veelzijdig, zeer veelzijdig

Petrus Camper. Wie weet nog wie dat was? Lijn 3 heeft een tramhalte Camperstraat, daar ontleent de straat nog enige bekendheid aan. Maar Camper zelf? Dat de voormalige vroedvrouwenschool in de Camperstraat 17 was te vinden, is toevallig, maar ook bijzonder passend. In zijn hele leven verdiepte Camper zich uitvoerig in het onderzoek naar gecompliceerde bevallingen, met  speciale aandacht voor het 'beklemde hoofd'. En hij deed nog veel meer, want veelzijdig was hij zeker, zeer veelzijdig. 

Petrus Camper
Petrus Camper

Petrus Camper (1722 – 1789) was een ware duizendpoot. Op een oktoberochtend in 1746 promoveerde hij twee keer: in de wijsbegeerte - van 8 tot 10 uur en direct daarna, van 10 tot 12, in de geneeskunde. Hij was ook een uitstekend tekenaar, een goede redenaar en schreef scherpzinnige stukken in maandbladen. Hij legde een grote reislust aan de dag; Engeland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland bezocht hij meerdere malen.  Hij onderschreef de proefondervindelijke wetenschapsmethode, zoals gepropageerd door zij leermeesters 's Gravesande en Van Musschenbroek; geen onbekende naamgevers van straten in de buurt. En alsof dat nog niet genoeg was, ging Camper ook nog eens in de politiek.

Maar bovenal was Camper wetenschapper: hoogleraar in de geneeskunde en in de wijsbegeerte, bedreven in de verloskunde, forensische geneeskunde, anatomie en diergeneeskunde. Wat dat laatste betreft spande hij zich bijzonder in om een afdoende inenting tegen de veepest te ontwikkelen, overigens tevergeefs.

De suyp academie

Camper was 27 toen hij aan de universiteit van Franeker benoemd werd tot hoogleraar in de wijsbegeerte. Iets meer dan drie weken later werd hij aan dezelfde universiteit ook benoemd tot hoogleraar in de anatomie en chirurgie. Een langslepende competentiestrijd met een collega (over de volgorde in de stoet van hoogleraren bij het binnentreden van de universiteit) kenmerkte zijn verblijf in Franeker. Tussen de collega's kwam het uiteindelijk tot “handtastelijkheden en een proces”. Het was Camper die tot de handtastelijkheden overging, waarvoor hij uiteindelijk in 1752 tot een geldboete werd veroordeeld.

Tegenwoordig is nauwelijks meer bekend dat er een universiteit was in Franeker. De universiteit werd in 1585 opgericht, maar na een aanvankelijk succes wilde het niet erg vlotten met de wetenschapsbeoefening. De universiteit stond bekend als de suyp academie en in 1795 – stonden er nog maar acht studenten ingeschreven. Een basisschool moet tegenwoordig meer leerlingen hebben om te kunnen overleven. Keizer Napoleon, toen heerser over Nederland, hief in 1811 de universiteit van Franeker op. Maar dat was ver na de tijd van Camper.

In 1755 vertrok Camper naar Amsterdam, waar hij hoogleraar anatomie werd aan het Athenaeum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam.  Camper gedijde goed in Amsterdam. Naast de theorie wilde hij de praktijk van de geneeskunde beoefenen. Hij werd vroedmeester en daarvoor was het nodig dat hij ook als arts ingeschreven moest zijn in het chirurgijnsgilde. Ook al was hij hoogleraar, toch legde hij hiervoor een proeve van bekwaamheid af, zoals nu eenmaal aan iedereen die tot het gilde wilde toetreden was voorgeschreven. In Amsterdam deed Camper veel aan anatomische demonstraties en schreef hij ook het eerste deel van zijn Demonstrationes anatomico-pathologicae. Zijn anatomisch werk is door Tibaut Regters vereeuwigd in het schilderij De anatomische les van Petrus Camper, nog steeds te bewonderen in het Amsterdam Museum.

De anatomische les van Petrus Camper
De anatomische les van Petrus Camper

Verhouding

Krap een jaar een Amsterdam trouwde Camper met Johanna Bourboom, die eerder getrouwd was met de veel oudere Johannes Vosma, burgemeester van Harlingen. Camper leerde Johanna kennen omdat hij de arts van Vosma was, ten tijde van zijn hoogleraarschap in Franker. Het verhaal gaat dat Camper en de later mevrouw Camper al voor het overlijden van Vosma een verhouding hadden. Een zeer nieuwsgierige plaatselijke instrumentenmaker richtte zijn telescoop op het huis van burgemeester Vosma, waar Camper iedere dag kwam. De instrumentmaker adviseerde Camper toch vooral de gordijnen goed dicht te doen.

Ontslag

Zes jaar na zijn aantreden, in 1761, nam Camper ontslag aan het Athenaeum. Zijn vrouw wilde terug naar Friesland, waar ze vandaan kwam en Camper zelf wilde meer tijd om de landgoederen te beheren die hij door zijn huwelijk verkregen had. Zij gingen in het buiten Klein-Landum wonen, dat eigendom was van zijn vrouw. Lang duurde het bestieren van de landgoederen niet. In 1763 nam Camper de benoeming aan tot hoogleraar in de genees-, heel-, ontleed- en kruidkunde in Groningen. Tien jaar  bleef hij in Groningen om in 1773 weer te besluiten naar zijn buiten in Friesland te vertrekken en het hoogleraarschap op te zeggen.

Tekening gemaakt door Camper
Tekening gemaakt door Camper

Tekenlessen

Over het leven van Camper is veel bekend. Dat komt omdat hij de gewoonte had alles wat hij deed op te schrijven. Er zijn dus veel dagboeken en andere aantekeningen van Camper bewaard gebleven. Daarom is ook bekend dat hij bij één van zijn reizen naar London – toen hij net gepromoveerd was - niet alleen les nam bij een vermaard verloskundige Smellie, maar ook tekenlessen volgde. Zijn tekentalent stond op een dusdanig niveau dat hij door Smellie gevraagd werd diens boek over anatomie te illustreren. Hij verzorgde elf van de 39 tekeningen in het boek dat in 1752 verscheen.

Prijsvragen

Camper nam graag deel aan wetenschappelijke genootschappen; hij was van wel twintig genootschappen lid, in binnen- en buitenland, waaronder ook internationaal zeer vermaarde. In deze genootschapen wisselden wetenschappers hun kennis uit en daarom waren ze op dat vlak in Campers's tijd belangrijker voor de wetenschap dan universiteiten. Genootschappen vaardigden ook prijsvragen uit waarin om de oplossing van een lastig, bestaand probleem werd gevraagd. Camper mocht graag meedoen aan deze prijsvragen. Nadat hij tien keer als beste geëindigd was, werd hij vriendelijk verzocht af te zien van toekomstige deelname; de collega tegenstanders raakten er te ontmoedigd door.

Een vergelijkbare competitiedrift mocht Camper graag zijn studenten voorschotelen. Over elk onderwerp - bijvoorbeeld over de schoen - kon een wetenschappelijke verhandeling geschreven worden, vond Camper. Hij daagde zij leerlingen uit dat eens te proberen, maar de leerlingen betoonden zich zeer sceptisch. Om de proef op de som te nemen schreef Camper de Verhandeling over den besten schoen. Het werd in veel talen vertaald en beleefde herdruk na herdruk. Tot in de 19e eeuw werd de verhandeling gebruikt, waarmee Camper's stelling maar bewezen is.

De politiek in

Al ver gevorderd in zijn leven – hij was al 60 – ging Camper de politiek in. Hij was een vurig aanhanger van het huis van Oranje. Stadhouder Willem V trad vaak als Camper's beschermheer. Op aanwijzing van de prins-stadhouder werd Camper benoemd in het vroedschap van Workum, een groep burgers die als voornaamste taak het benoemen van de burgemeester had. Twee jaar later werd hij zelf burgemeester en werd hij ook lid van de Staten van Friesland. Uiteindelijk – in 1787 – werd hij voorzitter van de Raad van State; al moet gezegd dat hij deze zetel kocht voor het bedrag van tweeduizend gulden van een andere Oranje-aanhanger. Hij verhuisde nu naar Den Haag. In 1789 overleed hij daar plotseling aan de gevolgen van pleurites, borstvliesontsteking.

Petrus Camper was eigenzinnig, zeer veelzijdig, rusteloos en werd in zijn tijd ook bewonderd en bejubeld. Wolfgang Goethe typeerde hem als “ein Meteor von Geist, Wissenschaft, Energie und Thätigkeit.“ (Een ster in geest, wetenschap, energie en activiteit ). Toch bijzonder om in zijn straat te wonen.

Hans Buis

Bronnen:

  • J.K. Korst. Het rusteloze bestaan van dokter Petrus Camper (1722 – 1789). Bohn Stafleu Van Loghum. Houten 2008
  • B.W.Th. Nuyens. Petrus Camper als verloskundige. In Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 4 januari 1930
  • B.W.Th. Nuyens. Petrus Camper. Herdenkingsrede, gehouden op 29 april 1939 inde aula der Groningsche universiteit. In Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 6 mei 1939
  • C.E. Daniels. Het leven en de verdiensten van Petrus Camper, Leeflang. Utrecht 1880
  • www.franekeruniversieit.nl