Boerhaavestraat — Beroemd in de hele wereld

Hij was in zijn tijd een fenomeen in de wetenschap; les geven kon hij als geen ander; hij was wereldberoemd zonder ooit maar een voet over de grens te hebben gezet. Sterker nog: meer dan de afstand Leiden Harderwijk had hij in zijn leven niet afgelegd. Hij kwam wel met enige regelmaat in Amsterdam. Herman Boerhaave is zijn naam. Ooit waren er 4 Boerhaavenstraten in Amsterdam: de 1e tot en met de 4e – waarvan alleen de 1e e de 2e Boerhavenstraat nog over is; en er is ook nog steeds een Boerhaaveplein. Er was ook een Boerhaave Kliniek, nu bekend als het Boerhaave Medisch Centrum. Waarom was Boerhaave zo beroemd en werd hij zo vereerd?

Herman Boerhaave
Herman Boerhaave

In zijn tijd kende iedereen Herman Boerhaave (1668 – 1738). Zijn onmetelijke werkdrift en doorzettingsvermogen heeft daar zeker aan bijgedragen. Maar het was vooral zijn grote kennis van de geneeskunde en zijn vernieuwde ideeën daarover die hem zo beroemd maakten. Hij ontwikkelde een geheel nieuwe kijk op de medische wetenschap. Hij legde vooral nadruk op het in alle rust stellen van een diagnose en het goed kijken naar symptomen op basis van een open houding. Hij verafschuwde medische handelingen die voortkwamen uit gewoonte of veronderstellingen. In zijn lessen aan de universiteit ontvouwde hij ook een nieuwe indeling van de medische wetenschap.

Geen reislust

Herman Boerhaave is zijn hele leven verbonden geweest aan Leiden. Hij is er geboren en overleden. Hij kwam deze stad nauwelijks uit. Van reislust had hij geen last. Werklust had hij daarentegen in grote mate. Hij stond in de regel vroeg op – zo rond 4 uur in de ochtend – om wat te werken voor hij zo rond 8 uur aan het college geven begon. Na de arbeidzame dag ging hi tot ’s avonds laat verder met zijn werk: het voorbereiden van colleges en het beantwoorden van de vele vragen die hij in brieven kreeg toegestuurd.

Doorzettingsvermogen heeft veel met deze werklust te maken gehad. Dat bleek al toen hij nog heel jong was. Vanaf zijn 11e levensjaar werd hij geplaagd door een pijnlijke zweer op zijn dijbeen, die tijdens zijn verdere leven bij tijd en wijle flink opspeelde. De zweer werd tot een open wond die maar niet dicht wilde gaan. In zijn dagelijkse leven had hij van deze wond uiteraard veel last. De pijnlijke hinder die hij ondervond, weerhield hem er niet van in rap tempo de Latijnse School te doorlopen. Op zijn 13e begon hij in de vierde klas om met Kerst over te gaan naar de 5e klas. Een  half jaar later had hij de 6e en laatste klas met succes doorlopen. Hij was toen nog geen 15 jaar oud. Eind 1683 overleed zijn vader  plotseling. Boerhaave stelde de start van zijn studie aan  de universiteit met een half jaar uit. In 1684 begon hij als 15 jarige   aan een studie filosofie en oude talen. Al die tijd had hij veel last gehad van de zweer en wond aan zijn dijbeen.

De Latijnse School in Leiden
De Latijnse School in Leiden

Langste afstand

Als hij 16 jaar oud is verdwijnt de zweer echter, na een behandeling die hij zelf bedacht had. Dat zelf bedenken van een behandeling zou hij in zijn leven nog vaker herhalen. Niet zozeer voor hem zelf, maar voor vrienden. Al die tijd had Boerhaave het niet breed. Hij moest leven van de kleine erfenis die zijn vader hem had nagelaten. Na drie jaar studeren was het geld van de erfenis echter op. Hij vroeg een beurs aan en kreeg deze ook – iets dat in die tijd niet vanzelfsprekend was. Als hij bijna 22 jaar oud is, in 1690, promoveerde hij in de filosofie.

Boerhaave postzegel uit 1938

In de tussentijd was zijn belangstelling voor de scheikunde en de wiskunde gewekt, maar hij begon in 1690 aan een studie geneeskunde. In 1693 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde in Harderwijk; hij was toen 24 jaar oud en had twee studies afgerond. De reis van Leiden naar Harderwijk was de langste afstand die Herman Boerhaave ooit in zijn hele leven heeft afgelegd.

Geslachtsziekten

Na zijn twee afgeronde studies bleef Herman Boerhaave vooral kennis opdoen van de scheikunde, die in zijn tijd aan een nieuwe fase begon. Tot dan toe was het omgeven met mystiek en alchemie. In de loop van de 17e eeuw werd de scheikunde hiervan langzaam ontdaan. Proefondervindelijk vaststellen wat met chemische middelen werkte en niet werkte, wekte de belangstelling van medici, waaronder Boerhaave. De gedachte was dat chemische middelen ziekten ook zouden kunnen bestrijden, naast de gangbare plantaardige middelen. Het bleek ook dat dit het geval was; zo konden geslachtsziekten met chemische middelen effectief worden bestreden. Daarnaast verdiepte Boerhaave zich in de theorieën over de mechanica: het werktuigelijk verklaren van het functioneren van het menselijk lichaam.

Een nieuw geneeskundig onderwijs

Het standbeeld van Boerhaave in Leiden uit 1872
Het standbeeld van Boerhaave in Leiden uit 1872

Boerhaave kwam stap voor stap tot een nieuwe indeling van het onderwijs in de medische wetenschap. Het ging hem om een aantal zaken. Allereerst was kennis van belang van de structuur van het menselijk lichaam. Daarna was het belangrijk te weten hoe het lichaam werkte: voor een deel was dat mechanisch en voor een deel bestond dat uit de functie van vloeistoffen. Het onderwijs moest ook praktisch gericht worden: meelopen met ervaren artsen en het snijden in lijken. Hij stelde daarbij het nauwkeurig leren observeren voorop. Op basis hiervan moest een diagnose gesteld en dat moest vooral bedachtzaam gebeuren.

Op zich had Boerhaave hiermee niets bedacht dat er al niet eerder was. Hij bracht wel een heldere samenhang aan in wat er al was. Die helderheid kenmerkte ook zijn les geven. Zijn lessen waren systematisch van opbouw en voorzien van vele tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Dat was wel nieuw. Als de uitdrukking ‘de studenten hingen aan zijn lippen’ nog niet bestaan had, had het voor de lessen van Boerhaave uitgevonden moeten worden. De wijze van lesgeven door Boerhaave raakte tot ver buiten de landsgrenzen bekend. Het zorgde ook voor een toeloop van buitenlandse studenten aan de toch al vermaarde universiteit van Leiden.

Lucratieve roofdrukken

De grote en toenemende populariteit van Boerhaave kende ook een keerzijde, waar hij zelf overigens niets aan kon doen. Zijn colleges waren zo interessant dat studenten met hun aantekeningen naar een uitgever stapten en boeken lieten verschijnen onder de naam van Boerhaave. Over de inhoud had hij geen enkele zeggenschap gehad. Hij vond de boeken ook onvolledig of vond dat ze  te veel in gingen op de anekdotes waarmee hij zijn les geven verluchtigde. De essentie van wat hij wilde overbrengen ging daardoor verloren, oordeelde hij.

Boerhaave Institutiones

Ook ongeoorloofde vertalingen van werken die hij wel zelf publiceerde kwamen voor. Zo verscheen een Engelse vertaling van zijn Institutes medicae, een handboek theoretische geneeskunde. De naam Boerhaave verkocht nu eenmaal goed, dus roofdrukken waren lucratief.

Inmenging van Willem III

Willem III
Willem III

Hoe razend populair Boerhaave als hoogleraar ook was, het had nog heel wat voeten in de aarde gehad voor hij tot hoogleraar benoemd werd. Het ging in het laatste decennium van de 17e eeuw niet goed aan de universiteit van Leiden. Gekwalificeerde hoogleraren werden niet benoemd omdat Willem III zich in de benoemingen mengde; hij wilde geen katholieke hoogleraren benoemd zien. Willem III zorgde ook voor het benoemen tot hoogleraar van een vertrouweling. Dat was echter lang geen groot wetenschapper. Hij liet zich ook zelden op de universiteit zien, omdat hij ook lijfarts van Willem III was en daar al zijn tijd aan besteedde.

Het aantrekken van gerenommeerde buitenlandse wetenschappers wilde vervolgens ook niet echt vlotten. Zij weigerden de financieel aantrekkelijk aanstelling in Leiden. Bij tijd en wijle lag het onderwijs aan de universiteit helemaal stil. Min of meer ten einde raad werd Boerhaave gevraagd tijdelijk het lesgeven op zich te nemen; niet als hoogleraar, maar als een minder in aanzien staande lector.

Drie hoogleraarschappen

In 1701 werd Boerhaave benoemd tot lector in de theoretische geneeskunde. Veel liet Boerhaave zich niet gelegen liggen aan zijn formele status en de reikwijdte van zijn aanstelling. Binnen de kortste keren verkondigde hij zijn nieuwe inzichten in het onderwijs in de medische wetenschap, die hij ook met veel succes in de praktijk bracht. Pas in 1709 wordt Boerhaave tot hoogleraar in de plantkunde benoemd. Op zich niet een onderwerp dat direct bij Boerhaave paste, maar de universiteit had hem een hoogleraarspost beloofd en deze plek kwam vrij. Vervolgens verdiepte Boerhaave zich wel met grote ijver in de plantkunde. In 1714 werd Boerhaave ook hoogleraar in de praktische geneeskunde, als opvolger van de niet functionerende vertrouweling van Willem III. In 1718 kreeg Boerhaave zijn derde hoogleraarspositie, dit keer in de chemie.

Afstand

In 1729 doet Boerhaave afstand van twee hoogleraarschappen, die in de plantkunde en in de chemie. Vlak daarvoor  was hij  ernstig ziek geweest. Echt kalm aan ging Boerhaave het daardoor echter niet doen. Hij schrijft nog twee dikke delen van een Handboek scheikunde. In de tussentijd bleef hij kampen met zijn gezondheid. Hij had al een keer last van verlammingsverschijnselen gehad.  Later krijgt hij weer last van zijn dij. Het oude litteken barstte open en raakte geïnfecteerd. Telkens knapte hij weer op.

Boek chemie Boerhaave

Boerhaave, ooit bijna een wetenschappelijke carrière misgelopen wegens geldgebrek, was ondertussen een vermogend man geworden. Hij verdiende goed als hoogleraar en vermogen was verder afkomstig van een erfenis die zijn vrouw ten deel gevallen was. Hij kocht het buiten Oud-Poelgeest, waar hij ook een botanische tuin inrichtte.

Ondanks deze lichamelijke tegenslagen was Boerhaave een gevierd wetenschapper geworden, een vraagbaak voor bijna iedere collega en voor student uit binnen- en buitenland. Zijn handboeken vonden gretig aftrek en zijn indeling van de medische wetenschap hield nog tot lang na zijn dood stand.

Hans Buis

bijbel der natuure

Herman Boerhaave redde Jan Swammerdam’s belangrijkste werk, Bybel der Natuure, of Historie der Insecten van de ondergang en daardoor Swammerdam van de vergetelheid. Boerhaave kwam dit werk van Swammerdam in 1727 op het spoor en kocht het voor 2000 gulden (toen een ruim jaarsalaris) en liet het in 1737 publiceren, 57 jaar na Swammerdams dood. Lees meer hierover en over de bijzondere figuur Jan Swammerdam in De onverzettelijkheid van Jan Swammerdam.

portret Ruysch 2

Herman Boerhaave en de bekende Amsterdamse anatomicus Frederik Ruysch waren met elkaar bevriend. Niettemin raakte beide heren verwikkeld in een dispuut over het wel of niet bestaan van klieren in het lichaam. Ruysch was stellig van mening dat klieren niet bestonden; een lichaam had alleen vaten. Hij kon ze niet zien in de door hem zorgvuldig geprepareerde lichamen. Boerhaave was van mening dat door de preparatietechniek van Ruysch ook beschadigingen konden ontstaan, waardoor de klieren niet zichtbaar waren. Het verschil van inzicht werd keurig in brieven die ze over en weer aan elkaar geschreven hadden, vastgelegd en gepubliceerd. Lees alles over de kunstzinnige preparatietechniek van Ruysch in De klapvliezen van Frederik Ruysch.

linnaeus portret

Vanaf 1735 woonde de jonge Zweedse plantkundige Linnaeus drie jaar in Nederland. Hij werd ook geïntroduceerd bij Herman Boerhaave. Deze wilde hem aanvankelijk niet ontvangen. Linnaeus had in een Duitse krant gezegd te corresponderen met Boerhaave, wat niet het geval was. Uiteindelijk kwam het toch tot een ontmoeting en wist Boerhaave het werk van Linnaeus te waarderen. Lees meer over Linnaeus in Een pedante vernieuwer van de plantkunde.

Museum Boerhaave

Museum Boerhaave in Leiden richt zich op de geschiedenis van de natuurkunde en de geneeskunde. Het toont tal van voorwerpen, afbeeldingen en boeken die met deze twee wetenschapsdisciplines te maken hebben. De meeste aandacht gaat uit naar de 17e, 18e en vroeg-twintigste eeuw. Er zijn vaste en wisselende tentoonstellingen. www.rijksmuseumboerhaave.nl

bordje 2e boerhaavestraat

Ooit waren en vier Boerhavenstraten in Amsterdam Oost. De 3e Boerhaavestraat werd omgedoopt in de Ruyschstraat; de 4e Boerhaavestraat werd de Blasiusstraat. Een deel van de 2e Boerhaavestraat werd de Deymanstraat. Nu zijn er nog de 1e en de 2e Boerhaavestraat en het Boerhaaveplein.

Bronnen

  • Luuc Kooijmans, Het orakel. De man die de geneeskunde opnieuw uitvond. Herman Boerhaave 1669 - 1738. Balans, Amsterdam 2011.
  • Luuc Kooijmans, Medisch orakel Boerhaave. Historisch Nieuwsblad nr.6 / 2011